De Belgische Beagle bioloog Dirk Draulans kan het niet verkroppen dat er toeristen op de Galapagos komen en dat het daardoor een soort Bobbejaanland is geworden. Hij schreef daarover op 21 december 2008 een nogal zure Blog genaamd ‘Darwin de geldmachine’ op de website van het prachtige VPRO-Darwin project met het schip De Stad Amsterdam (wat zou ik graag hebben meegereisd…jaaah, ik ben jaloers). Maar… ik denk er toch een tikkie anders over. Hier mijn reactie (op 24/12/08 ook op de VPRO-Beagle Blog ):
Net zoals iedere moslim minimaal één keer in zijn leven naar Mekka wil afreizen, heeft elke bioloog (of natuurliefhebber) de wens om de beroemde Galapagosarchipel te bezoeken. December 2008 kwam het er eindelijk van; na drie weken Equador (met ook prachtige natuur) vlogen we ernaar toe.
Je moet er wel voor sparen en de reis bij voorkeur van tevoren regelen en boeken. Ik had niet de luxe van een prachtig zeiljacht, maar moest met mijn vrouw gewoon per vliegtuig en meteen 100 dollar toegang (x2) neertellen. Geen probleem vond ik: het geld wordt gebruikt voor bescherming van de natuur en het onderzoek daarnaar.
Verder trof ik absoluut geen ‘ toeristische mallemolen’ (citaat Draulans) aan, laat staan Torremolinosachtige toestanden. Geen hoge flats en geen stranden waar miljoenen toeristen liggen. Het gros van de bezoekers, zo is mijn ervaring, komt echt voor de natuur en de dieren. Slapen doe je op de boot gedurende de week dat je een aantal eilanden bezoekt. Het zijn doorgaans kleine boten met maximaal 20 personen, tamelijk Spartaans ingericht, soms wat luxer.
De bezoeken aan de eilanden verliepen onder leiding van een gids, langs met lage paaltjes afgezette paden. De dieren deden alsof ze ons niet zagen, behalve die ene keer toen m’n vrouw net even te dicht langs een zeeleeuw met jong liep en moeder zeeleeuw zacht doch stevig met haar snuit tegen haar linkerbeen aantikte; zo liet ze weten dat m’n vrouw toch iets meer afstand moest houden! In vogelkolonies geen agressieve vogels boven je hoofd (zoals in Nederland gebeurt wanneer je met gids een meeuwenkolonie in mag), nee, de dieren bleven rustig zitten. Ik heb me wel verbaasd daarover.

Zeeleguanen komen alleen op de Galapagos voor.
Dat de dieren na al die jaren van menselijk bezoek nog steeds zo ‘tam’ zijn, en echt geen spoor van angst lijken te hebben. Het is een van de unieke ervaringen die je hebt als je de Galapagos bezoekt. De dieren zijn de mens – hoewel de schepelingen die in Darwins tijd de archipel bezochten dieren doodden voor onderzoek of om ze op te eten- nog steeds niet gaan zien als een bedreiging!
De gidsen, tja, dat zijn geen docenten biologie. Van verhalen over de evolutie moet je dus niet teveel verwachten. Ze weten echter wel wat er leeft, welke bedreigingen er zijn en letten – zo is mijn ervaring – goed op dat de natuurliefhebbende toeristen zich houden aan de regels (geen dieren aanraken, niet voeren, niet te dichtbij komen). Natuurlijk heb ik me ook wel eens geërgerd aan mede-toeristen; soms lagen er wel 5 boten bij hetzelfde landingspunt en dan wordt het wel even te druk. Er moeten zeker ook niet meer toeristen per jaar komen dan nu het geval is.
Dit alles komt niet tegemoet aan het ideaal van een bioloog om zo ongeveer in je eentje de natuur te willen ontdekken, overigens een romantisch ideaal uit voorgaande eeuwen. Voor een gemiddelde sterveling is dat nu vrijwel niet meer mogelijk. Dirk Draulans laat zich dan ook een beetje van zijn verwende kant zien. Na heerlijke expedities in de woeste streken van Zuid-Amerika zonder ook maar één toerist te zien, belandt hij opeens in een ‘toeristische mallemolen’. Jammer Dirk, als je ervoor openstelt, kun je genieten van de Galapagos. Kijk even niet naar de mensen om je heen, kijk niet naar het malle Darwinbeeld, en neem de paar stadjes met winkels vol Darwinprullaria maar voor lief. Geniet daarentegen van de geologische formaties, het bizarre landschap en de dieren die je er te zien krijgt. En verbaas je vooral over het feit dat die dieren zich nog steeds gedragen alsof jij niet bestaat.